Wie op weg naar de parkeergarage of een van de Gates op Schiphol gaat, kan stappen op van die –wat ik maar noem- menselijke transportbanen. Aan het eind daarvan hoor je een zich herhalend stemmetje : Mind your step! Mind your step!
To ‘mind’ betekent in het Engels: opletten, aandacht geven aan…. In het Nederlands zouden we zeggen: let op, afstappen! ‘Mindfulness’ is letterlijk vertaald ‘opmerkzaamheid’, ‘alertheid’, in volle aandacht zijn. Wie mindful is, is wakker en helder, volledig aanwezig in het moment. In het hier en nu.
In het Nederlands vertalen we ‘mindfulness-training’ met ‘aandachttraining’. Je traint het eigen brein. Dat doe je onder meer door gedachten, gevoelens en lichamelijke sensaties te observeren: simpelweg als ‘gedachten’, ‘gevoelens’ en ‘lichamelijke sensaties’ die zich bij je aandienen. Kennelijk willen ze voor korte of langere tijd bij je verblijven.
Soms helpt een metafoor. Bijvoorbeeld deze : naar je gedachten ‘kijken’, alsof het mentale gebeurtenissen zijn. alsof je plaatsneemt in je hoogsteigen bioscoop. Nieuwsgierig naar wat er te zien is, ga je zitten om naar het scherm te kijken van wat er zich binnenin je afspeelt. Je bent even filmbezoeker van je eigen witte doek, ‘observer’ van je eigen gewaarwordingen. Van wat er op de voorgrond wil zijn in je aandacht.
Stel: je neemt als nieuwsgierige bezoeker plaats in die eigen bioscoop. Niet onderuitgezakt maar rechtop. Waardig, de voeten naast elkaar op de grond, de rug recht, zo mogelijk vrij van de stoel, het hoofd omhoog en de kin ietsje gebogen. Je begint met het voorprogramma, om in de stemming te komen en de overgang te maken van het drukke leven naar het stil zitten in aandacht. Dat kan zeker 10 minuten of langer duren: je brengt de aandacht naar de houding van ‘zitten’, dan naar de beweging van de adem en dan naar het lichaam als geheel. Klaar voor het innerlijke witte doek…. Wat merk je dan op?….
Waarschijnlijk niet zoveel. Vanuit een boek iets eventjes doen wat je nooit eerder gedaan hebt, is knap lastig. Zoiets als een schriftelijke cursus zwemmen. Stel, je denkt: iets ervan wil ik toch meemaken. Je neemt daadwerkelijk tijd om echt eerst naar binnen te keren. Je gaat naar zolder, geen telefoon, geen familie die je stoort, je gaat zitten op een stoel of een kussentje en je begint aan het voorprogramma. Aandacht voor de houding van zitten, aandacht voor de beweging van ademen, aandacht voor het lichaam als geheel…
Het zou zomaar kunnen dat je na een paar minuten nog graag even naar de wc gaat, het licht wat gaat dimmen of iets anders gaat doen. ‘Eerst nog even dit, want ik kan pas echt naar binnen kijken als de omstandigheden gunstig zijn’. En je komt aan dat hele naar binnen kijken niet toe. Dat zou zomaar kunnen. Niks mis mee.
Stel, je reageert niet direct op wat je aan onrust ervaart, maar je blijft erbij. Bij die onrust……….. je observeert dat je eigenlijk wilt opstaan om naar de wc te gaan, eigenlijk nog graag het licht even wilt dimmen of iets anders wilt doen. Je observeert de gedachte (ik moet naar het toilet), de onrust (ik zit hier niet goed) en het verlangen (ik wil dat het licht zachter is).
En daar zit je dan… bezoeker van het eigen doek.
…………..Soms werkt de metafoor van de wolk. Als katalysator. Stel dat de eigen gedachten, gevoelens en lichamelijke sensaties als wolken zijn. Wolken die voorbijdrijven op het innerlijke witte doek. Vluchtig, ijl, lichtvoetig en helder, of juist donker, zwaar en traag….. Ze komen op en drijven voorbij. En je kijkt ernaar. Je observeert. Je neemt de wolkjes, de wolken, of een hele cumulus waar :
………..het komen, het zichtbaar zijn tijdens het voorbijdrijven en het verdwijnen………..