terugleggen
6 november 2009Sinds ik niet meer in de politiek echt actief ben, luister ik anders. Ik ben nu veel minder gespitst op de inhoud en ook zelf in het spreken minder argumentatief. Ik ‘redeneer’ eigenlijk steeds minder. Tenminste, zo voelt het. Als je in een gesprek of in een debat sterk op inhoud bent gericht, ben je in het hoofd al vaak tijdens het spreken van de ander met de eigen tegenreactie bezig. Op meta-niveau is de bovenkamer al druk in de weer om het eigen antwoord voor te bereiden. Je eigen inhoud. Je bent niet echt aanwezig bij de ander.
Voor mij is het werkwoord ‘terugleggen’ steeds belangrijker geworden. Terugleggen is niet hetzelfde als antwoord geven, meer ‘de ander beantwoorden’. In workshops zoals ‘de kracht van het luisteren’ gebruik ik het werkwoord ‘terugleggen aan…’. Bijvoorbeeld: ‘aan degene met wie je spreekt terugleggen wat je hebt waargenomen’. Het is niet teruggeven, laat staan terugkaatsen. Ik merk dat mijn handen als vanzelf het gebaar maken alsof ze een schaal aanreiken. Terugleggen is eigenlijk een moeiteloos gebaar.
Je oefenen in terugleggen, is je oefenen in de vanzelfsprekendheid van een schaal aanreiken. Misschien een lege schaal of juist een dampende, dat is dan aan de ander.

