Logo HelmaTon

Archive for maart, 2010

luisteren

29 maart 2010

Waarom wordt van politici vaak gezegd dat ze niet luisteren? Omdat ze net zo zijn als wij. Het verschil is dat wij hen zien spreken en niet onszelf. En dan zien we dat ze bij het luisteren naar een vraag of naar een ander aan tafel, al zichtbaar bezig zijn met hun eigen reactie. Dat doen we zelf ook, onbewust.

Echt luisteren is een kunde. Het is het woord van de ander eerst in jezelf laten ‘landen’ en niet direct in de automatische reactie schieten. Een automatische reactie herken je bij jezelf aan de snelheid waarmee je ja of nee zegt en het feit dat wat je zegt een op een gelijk staat aan het innerlijk commentaar dat in je opkwam. Het is heel interessant om daar op te letten.

Ook voor een journalist geldt overigens: volledig aanwezig zijn in het gesprek met de ander betekent: niet gelijktijdig alvast een nieuwe vraag voorbereiden. Je ziet het met enige regelmaat bij iemand als Jeroen Pauw. Dan gaat het lichaam wat naar achteren om vervolgens naar voren te schieten. Of hij maakt een kordate beweging met het hoofd en plaatst een opmerking die als vraag eindigt: is het niet eerder zo dat…? Mooi om te zien. Het geluid kan gewoon uit.

kappen met wachten

26 maart 2010

Wachten op de uitslag van een examen of een medisch onderzoek. Wachten op lijn 26 die kennelijk weer eens niet rijdt, wachten aan de telefoon met zo’n fijn muziekje… het zijn zulke prachtige momenten om jezelf weer in het hier en nu te brengen. Je geest wil altijd elders zijn, er fietst allerhande innerlijk commentaar voorbij, gevoelens van angst of frustratie komen op en gaan weer weg. Moeten wachten nodigt uit jezelf steeds terug te brengen naar hier en nu.

Maar wachten als geestesgesteldheid? Sommige religies en spirituele stromingen roepen je daartoe op. In allerlei varianten. Van ‘stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’ tot ‘in je verleden ligt de sleutel tot jouw toekomst’. Ze houden je gevangen. Een subtiele variant is de redenering ‘als.. dan..’ , die ook kan uitgroeien tot een geestesgesteldheid. Zodra je die bij jezelf opmerkt, kappen daarmee!

Het verlangen naar regressie in het verleden omwille van je identiteit of het verlangen naar de toekomst omwille van je vervulling, houden je weg van het enige dat telt. De kwaliteit van je aanwezigheid in dit moment.

een mens te zijn op aarde

17 maart 2010

Vandaag stond in Trouw het bericht dat 29 liederen van Huub Oosterhuis door twee censors van de RK-kerk zijn voorgedragen om geschrapt te worden. Verbannen. Ze mogen dan officieel niet meer gezongen worden. Van vrijwel alle liederen uit het Liedboek ken ik het eerste couplet uit het hoofd. Die van Huub Oosterhuis ken ik helemaal. Ik ga niet meer ter kerke, behalve bij begrafenissen. Dan wordt Oosterhuis gezongen: een mens te zijn op aarde, de Heer heeft mij gezien en onverwacht, niet als een storm als een vloed, de steppe zal bloeien… Ik krijg dan altijd een brok in de keel. Ik weet het dan weer : ik ben nog steeds gelovig, niet belijdend maar zingend.

In een voorzichtige reactie in de krant is Oosterhuis’ verdriet voelbaar. Het schrijnt als je werk, je bestaan, wordt afgedaan. Een ding is zeker, verbannen of niet, Oosterhuis blijft gezongen worden. Dichtwoorden zijn sterker dan machtswoorden. Sterker nog, het belijdend geloven zal uiteindelijk wijken voor het zingend geloven.

Door zich als een gezagsinstituut te doen gelden, grijpt de katholieke kerk terug op een aloude strategie. Maar die strategie zal haar ditmaal niet redden. We leven in een tijd waarin alle grote instituten afbrokkelen: het politieke bestel voldoet niet meer, grote bedrijven krimpen, organiseren 2.0 maakt dat er allerlei zinvolle verbanden ontstaan buiten hiërarchische structuren en instituties. De kerk heeft haar patent op het verzamelen van de gelovigen verloren. En dus ook op hun zingen.

Die gaan desnoods voor het zingen de kerk uit.

je wordt niet wie je bent

14 maart 2010

je wordt niet wie je bent

je bent niet wie je wordt

Worden als een man van ds J. Overduin staat al jaren in mijn boekenkast. Het exemplaar is uit 1967 en kostte eertijds 12 gulden 90. Overduin beschrijft de ‘groei naar geestelijke volwassenheid’ als gelovige, als een voortdurend balanceren. Het is een indringend boek in oude taal, waar heel wat moderne boeken bleekjes bij afsteken: ‘Het is een zedelijke misdaad de opvoeding tot vrije mondigheid te remmen’. Ik heb het boek met genoegen opnieuw ter hand genomen.

De aanleiding daarvoor is mijn opkomende ergernis over de Happinez – cultuur van altijd maar ‘persoonlijk ‘groeien’. Zelf lijk ik er met mijn blogjes ook aan mee te doen: oefening zus en training zo. Alsof je ‘er nooit’ bent, altijd onvolkomen. Eerst dit nog aan mij veranderen -  en dat nog verbeteren. Ik hoor het ook vaak in mijn omgeving: ik ben niet goed genoeg, ik moet nog eerst die en die vaardigheid beheersen, als ik nou zus doe dan….

‘er nooit zijn’ – is de tragiek van de moderne mens. Al dat ‘doelen stellen’, al dat streven. Het gras aan de overkant blijft altijd groener. Terwijl wetenschappelijk onderzoek de laatste jaren keer op keer de boeddhistische zienswijze bevestigt dat er niet eens echt een ‘ik’ is, laat staan een die ‘ergens anders’ moet zijn. Je wordt niet wie je bent en je bent niet wie je wordt. Voor mij is dat een troostrijke gedachte. Een verademing ook. Het is heerlijk om jezelf te oefenen met woorden, meditatie en andere manieren om geestelijk ‘te verdiepen’. Maar niet omdat je nog niet ‘af’ bent, nog steeds niet goed genoeg, je moet vervolmaken.

Volmaakt ben je al, hier en nu.

oude taal

11 maart 2010

goedertierenheid

ootmoedigheid

vergeving

naastenliefde

lankmoedigheid

nederigheid

barmhartigheid

genade

ontferming

.

Woorden uit mijn jeugd. Ze horen thuis in de protestantse traditie en zijn weggegleden als oude taal. Maar als de woorden niet meer worden gebruikt, is dat wat ze aanduidden dan ook verdwenen?

Ik kies er elke dag een uit om mee te nemen, door de dag heen. Soort opfriscursus.

pleidooi voor het nieuwe ambtsgebed

5 maart 2010

Toen ik wethouder was, sprak de burgemeester aan het begin van iedere raadsvergadering nog het ambtsgebed uit: ‘Mogen onze beraadslagingen en te nemen besluiten strekken tot Uw eer en ter bevordering van de belangen van deze gemeente.‘ Iedere keer, na de gemeenteraadsverkiezingen, was het dan weer een onderwerp bij de college -onderhandelingen: afschaffen of niet! Dat ging er soms fel aan toe. In veruit de meeste gemeenten sneuvelde het ambtsgebed ergens in de tachtiger- of negentiger jaren. Een stil moment tot eer van God en het Algemeen Belang.

Nu is het niet meer stil voorafgaand aan enig samenzijn. We hebben de stilte en de aandacht weggerationaliseerd in onze organisaties, en dus ook in onze bijeenkomsten en besluitvormingsprocessen. Jammer. Dat mag terug!

Daarom het pleidooi voor een nieuw meditatief moment aan het begin van iedere raadsvergadering! Eindigend in een gezamenlijke oproep: Mogen onze beraadslagingen en te nemen besluiten deze gemeente, de aarde en haar bewoners tot zegen zijn.

Uiteraard valt er over de tekst te onderhandelen.