Logo HelmaTon

Roomser dan de Paus

24 mei 2010

Al enige tijd verzamelen Nederlandse gecertificeerde mindfulness-trainers evidence-based onderzoek van over de hele wereld. Met als doel om aan de Nederlandse zorgverzekeraars op een presenteerblaadje aan te leveren dat de 8-weekse mindfulnesstraining echt helpt. Er liggen inmiddels heel wat onderzoeken op tafel, met control-groepen, 0-metingen, deelnemers die door een scan heen gaan, ervoor en erna. Dat alles om maar aan te tonen dat er aantoonbaar bewijs is. Harde feiten. Ook in het Academisch Ziekenhuis in Nijmegen is op dit moment een grootscheeps onderzoek gaande. Het Han Fortmann-centrum aldaar meet de effectiviteit van de training bij een grote groep deelnemers, inclusief controlegroepen.

In Nederland is het namelijk heel moeilijk, zo niet onmogelijk, om als relatief nieuwe methode vergoed te worden. Want Meetbaarheid is het enige criterium. Wie schetst daarom mijn verbazing toen ik hoorde dat in Amerika, nota bene het land waar Meetbaarheid koning is, de achtweekse Mindfulness-training al jaren een geaccepteerde, en vergoede behandeling is. Goedkoop, kortstondig en effectief. Moet je dan hier in ons kikkerlandje opnieuw het wiel uitvinden, nieuw evidence-based onderzoek verrichten? Ja, kennelijk wel. Wat dat betreft lijken de zorginstellingen in Nederland roomser dan de Paus…

Een tweede ontdekking: Ook in het land dat ik ken als “het Walhalla van het meten=weten” , in Amerika, valt men als het om vakmanschap gaat, terug op de basis: Vertrouwen. Kabat-Zinn, de grondlegger van de methode, certificeert niet. Huh? Nee. Hij ‘beveelt aan‘. En hij beveelt in Nederland het Instituut voor Mindfulness van Johan Tinge aan. Zijn er nog andere opleidingen, instellingen? Ja, tuurlijk! Maar zowel hij als Tinge zetten zich in die onderlinge samenwerking blijvend in de waagschaal. Niet op basis van bureaucratie, maar op grond van vertrouwen. Net als alle formele meetbare testresultaten, kwetsbaar…

Privacy

14 mei 2010

Sommige gesprekken blijven je het leven lang bij. In 1981 had ik een indringend gesprek met Carel Blotkamp, eertijds hoofddocent Moderne Kunst aan de Universiteit Utrecht, later hoogleraar aan de VU. Blotkamp was voor mij een leermeester: hij leek zijn rake observaties achteloos vanzelfsprekend neer te schrijven. Een voorbeeld: in de monografie die hij dat jaar publiceerde over Ad Dekkers, beeldend kunstenaar, staat de zin ‘Met een feilloos gevoel voor vorm en maat liet Dekkers zien dat een minimale ingreep in een vorm voldoende kon zijn om een boeiend beeld op te leveren.’ Ik kan hetzelfde met gemak zoveel moeilijker zeggen: de kunst van de kleinst mogelijke interventie, bijv. Nodeloos ingewikkeld….

Blotkamp en ik kwamen te spreken over het boek en hij vertelde lang geaarzeld te hebben over de vraag of hij erin zou vermelden dat Dekkers zelfmoord had gepleegd. Hij had besloten om dat niet te doen. Hij had wel uitgebreid geschreven over de aantrekkingskracht die de vrijmetselarij op Dekkers uitoefende in de tijd dat die in Gorcum verbleef. ‘Maar’, zei Blotkamp ‘dat is relevant voor het verstaan van het werk van Dekkers, en de zelfmoord is dat niet.’ Zijn stelling toen was: ‘alleen als het van toegevoegde waarde is voor het begrijpen van het werk van een kunstenaar is het geoorloofd om details uit het leven van die kunstenaar te noemen. Anders is het porno. Schending van het respect’.

Inmiddels zijn we bijna 30 jaar verder. Elk detail van een BN’er, waar of onwaar, wordt breed uitgemeten. In een buitenlands ziekenhuis liggend of niet. De jacht is geopend op het prive-leven van politici. En op televisie vertelt vandaag een hoogleraar aan de VU dat we niet zo verontwaardigd moeten zijn over de schending van de privacy. Want zo is het nu eenmaal, we willen toch alles weten?

Nee, ik wil niet alles weten.

Zweefland

1 mei 2010

Op Twitter zijn veel wereldverbeteraars actief. Een bont gezelschap waar ik mij bij thuisvoel. Realisten. Wetenschappers, journalisten, rationele mensen uit de praktijk… -ik zie het zo want de feiten vertellen dat het zo is…. Op Twitter zijn er ook die op een andere manier aanvliegen. Meer intuïtief -ik zie het zo want ik voel het zo… Rationeel of intuïtief, wie denkt ‘zo zie ik het, dus zo is het’, woont in Zweefland. Het land van de afgescheidenheid.

Wie in het paradigma woont afgescheiden te zijn van de rest van de wereld, en zich van daaruit tot die wereld wil verhouden, zit gevangen. in het web waar het echte zweven woont: het zweven van ‘ik versus de overigen’. Er is maar een zekerheid, vaste grond: ‘ik ben omdat wij zijn ‘. Daarin is de context leidend en de vrijheid als een puisje in de wind…

ben je gelukkig?

18 april 2010

Iemand vroeg: hoe gaat het met je? En ik zei, niet helemaal routinematig: welk antwoord wil je? En hij antwoordde: Huh? ik wil alleen maar weten : ben je gelukkig?

Een vraag die ik wel aan anderen stel, maar zelf niet krijg. Het duurde even. Ik zou er makkelijk pagina’s aan kunnen wijden, het begrip geluk. Moeiteloos. Maar het ging er niet om over ‘geluk’ te spreken in beschouwende zin. De vraag was aan mij gericht. Trouwens, elke beschouwing over geluk is slechts benadering, een vorm van vluchten met de schijn van nabijkomen.

-Ja, ik ben gelukkig. Want er is zoveel geluk.

Dat is het. Meer niet. Er is op dit moment om mij heen pijn, ziekte en dood. Dat kon de vriend die de vraag stelde helemaal niet weten. Ik aarzel maar kan alleen maar verwelkomen. Ruimte maken voor elke ervaring, ook als die niet-prettig is. ‘Kom binnen, ongenode gast! Welkom, want je bent er toch al…..’ Die nuchtere levenshouding maakt het leven licht.

Gelukkig.

de economische waarde van vergeving

8 april 2010

Honderden slachtoffers van seksueel misbruik van katholieke geestelijken hebben zich inmiddels gemeld bij letselschadeadvocaten. Het ligt voor de hand de katholieke kerk als instituut juridisch aansprakelijk te stellen omdat ‘in de wereld van de aansprakelijkheid altijd gezocht wordt naar de deep pockets’, aldus M. Barendrecht, hoogleraar aansprakelijkheidsrecht in Tilburg deze week in Trouw. Hij houdt niettemin een pleidooi voor neutrale bemiddelaars die met kerk en slachtoffers om tafel gaan, omdat slachtoffers over het algemeen minder uit zijn op getouwtrek tussen advocaten dan op erkenning van wat hen is overkomen. In dezelfde lijn ligt de oproep tot een soort Waarheidscommissie, zoals die er in Afrika was, ook in Trouw. L. Koffeman, hoogleraar kerkrecht en oecumene in Utrecht en M. de Witte, letselschadeadvocaat, roepen op tot een waarheids- en verzoeningscommissie onder leiding van een soort Desmond Tutu, ‘iemand die vertrouwen kan laten ervaren’.

Is ‘vertrouwen laten ervaren’ wel het doel waarnaar gestreefd zou moeten worden?

Voor mensen wier waardigheid door seksueel misbruik is geschonden, is financiële compensatie inderdaad vaak niet van wezenlijk belang. Dat is slechts een materiële genoegdoening voor de geleden immateriële schade. Wezenlijker is de erkenning van de schuld. Je merkt dat ook in de praktijk van huiselijk geweld. Er is over het algemeen een groot verlangen om van de dader te horen dat hij of zij zich schuldig voelt en niet onverschillig is: wat ik je heb aangedaan, spijt me nu heel erg. Ik heb je niet gezien als medemens maar als gebruiksvoorwerp. Ik zie nu welke fysieke en emotionele schade ik je heb berokkend. Ik kan dat niet meer goedmaken. Misschien wil je me ooit vergeven.

De kerk kan dat als collectief ook zeggen: wij hebben kennis genomen van alles wat er is gebeurd. Wij hebben dat laten gebeuren en u extra onrecht aangedaan door onze goede naam belangrijker te achten dan de gerechtigheid. Daar waar wij dienaar hadden moeten zijn, waren wij heersers. Wij schamen ons diep. Wij hebben uw vertrouwen in God en de mensheid geschonden. Misschien wil Hij het ons vergeven.

Vergeving aan de slachtoffers vragen kan altijd, maar de kerk mag er mijns inziens pas om vragen als alle feiten onder ogen zijn gezien en erkend. Elke pijn en elk verdriet. Want vergeving is een geschenk. Niet in geld uit te drukken. Kostbaarder dan elke schadeloosstelling. Onbetaalbaar. Het is een geschenk dat het slachtoffer ook aan zichzelf geeft: als teken van zelfheling. De geschonden waardigheid te boven.

Een onafhankelijke waarheidscommissie? Ja. Een verzoeningscommissie? Niet vanzelfsprekend. De onbetaalbare waarde van vergeving is niet afdwingbaar.

luisteren

29 maart 2010

Waarom wordt van politici vaak gezegd dat ze niet luisteren? Omdat ze net zo zijn als wij. Het verschil is dat wij hen zien spreken en niet onszelf. En dan zien we dat ze bij het luisteren naar een vraag of naar een ander aan tafel, al zichtbaar bezig zijn met hun eigen reactie. Dat doen we zelf ook, onbewust.

Echt luisteren is een kunde. Het is het woord van de ander eerst in jezelf laten ‘landen’ en niet direct in de automatische reactie schieten. Een automatische reactie herken je bij jezelf aan de snelheid waarmee je ja of nee zegt en het feit dat wat je zegt een op een gelijk staat aan het innerlijk commentaar dat in je opkwam. Het is heel interessant om daar op te letten.

Ook voor een journalist geldt overigens: volledig aanwezig zijn in het gesprek met de ander betekent: niet gelijktijdig alvast een nieuwe vraag voorbereiden. Je ziet het met enige regelmaat bij iemand als Jeroen Pauw. Dan gaat het lichaam wat naar achteren om vervolgens naar voren te schieten. Of hij maakt een kordate beweging met het hoofd en plaatst een opmerking die als vraag eindigt: is het niet eerder zo dat…? Mooi om te zien. Het geluid kan gewoon uit.

kappen met wachten

26 maart 2010

Wachten op de uitslag van een examen of een medisch onderzoek. Wachten op lijn 26 die kennelijk weer eens niet rijdt, wachten aan de telefoon met zo’n fijn muziekje… het zijn zulke prachtige momenten om jezelf weer in het hier en nu te brengen. Je geest wil altijd elders zijn, er fietst allerhande innerlijk commentaar voorbij, gevoelens van angst of frustratie komen op en gaan weer weg. Moeten wachten nodigt uit jezelf steeds terug te brengen naar hier en nu.

Maar wachten als geestesgesteldheid? Sommige religies en spirituele stromingen roepen je daartoe op. In allerlei varianten. Van ’stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’ tot ‘in je verleden ligt de sleutel tot jouw toekomst’. Ze houden je gevangen. Een subtiele variant is de redenering ‘als.. dan..’ , die ook kan uitgroeien tot een geestesgesteldheid. Zodra je die bij jezelf opmerkt, kappen daarmee!

Het verlangen naar regressie in het verleden omwille van je identiteit of het verlangen naar de toekomst omwille van je vervulling, houden je weg van het enige dat telt. De kwaliteit van je aanwezigheid in dit moment.

een mens te zijn op aarde

17 maart 2010

Vandaag stond in Trouw het bericht dat 29 liederen van Huub Oosterhuis door twee censors van de RK-kerk zijn voorgedragen om geschrapt te worden. Verbannen. Ze mogen dan officieel niet meer gezongen worden. Van vrijwel alle liederen uit het Liedboek ken ik het eerste couplet uit het hoofd. Die van Huub Oosterhuis ken ik helemaal. Ik ga niet meer ter kerke, behalve bij begrafenissen. Dan wordt Oosterhuis gezongen: een mens te zijn op aarde, de Heer heeft mij gezien en onverwacht, niet als een storm als een vloed, de steppe zal bloeien… Ik krijg dan altijd een brok in de keel. Ik weet het dan weer : ik ben nog steeds gelovig, niet belijdend maar zingend.

In een voorzichtige reactie in de krant is Oosterhuis’ verdriet voelbaar. Het schrijnt als je werk, je bestaan, wordt afgedaan. Een ding is zeker, verbannen of niet, Oosterhuis blijft gezongen worden. Dichtwoorden zijn sterker dan machtswoorden. Sterker nog, het belijdend geloven zal uiteindelijk wijken voor het zingend geloven.

Door zich als een gezagsinstituut te doen gelden, grijpt de katholieke kerk terug op een aloude strategie. Maar die strategie zal haar ditmaal niet redden. We leven in een tijd waarin alle grote instituten afbrokkelen: het politieke bestel voldoet niet meer, grote bedrijven krimpen, organiseren 2.0 maakt dat er allerlei zinvolle verbanden ontstaan buiten hiërarchische structuren en instituties. De kerk heeft haar patent op het verzamelen van de gelovigen verloren. En dus ook op hun zingen.

Die gaan desnoods voor het zingen de kerk uit.

je wordt niet wie je bent

14 maart 2010

je wordt niet wie je bent

je bent niet wie je wordt

Worden als een man van ds J. Overduin staat al jaren in mijn boekenkast. Het exemplaar is uit 1967 en kostte eertijds 12 gulden 90. Overduin beschrijft de ‘groei naar geestelijke volwassenheid’ als gelovige, als een voortdurend balanceren. Het is een indringend boek in oude taal, waar heel wat moderne boeken bleekjes bij afsteken: ‘Het is een zedelijke misdaad de opvoeding tot vrije mondigheid te remmen’. Ik heb het boek met genoegen opnieuw ter hand genomen.

De aanleiding daarvoor is mijn opkomende ergernis over de Happinez - cultuur van altijd maar ‘persoonlijk ‘groeien’. Zelf lijk ik er met mijn blogjes ook aan mee te doen: oefening zus en training zo. Alsof je ‘er nooit’ bent, altijd onvolkomen. Eerst dit nog aan mij veranderen -  en dat nog verbeteren. Ik hoor het ook vaak in mijn omgeving: ik ben niet goed genoeg, ik moet nog eerst die en die vaardigheid beheersen, als ik nou zus doe dan….

‘er nooit zijn’ - is de tragiek van de moderne mens. Al dat ‘doelen stellen’, al dat streven. Het gras aan de overkant blijft altijd groener. Terwijl wetenschappelijk onderzoek de laatste jaren keer op keer de boeddhistische zienswijze bevestigt dat er niet eens echt een ‘ik’ is, laat staan een die ‘ergens anders’ moet zijn. Je wordt niet wie je bent en je bent niet wie je wordt. Voor mij is dat een troostrijke gedachte. Een verademing ook. Het is heerlijk om jezelf te oefenen met woorden, meditatie en andere manieren om geestelijk ‘te verdiepen’. Maar niet omdat je nog niet ‘af’ bent, nog steeds niet goed genoeg, je moet vervolmaken.

Volmaakt ben je al, hier en nu.

oude taal

11 maart 2010

goedertierenheid

ootmoedigheid

vergeving

naastenliefde

lankmoedigheid

nederigheid

barmhartigheid

genade

ontferming

.

Woorden uit mijn jeugd. Ze horen thuis in de protestantse traditie en zijn weggegleden als oude taal. Maar als de woorden niet meer worden gebruikt, is dat wat ze aanduidden dan ook verdwenen?

Ik kies er elke dag een uit om mee te nemen, door de dag heen. Soort opfriscursus.